De eerste dag van een nieuw academiejaar is doorgaans als in een zwembad springen met net iets te koud water. Het voelt aanvankelijk aan als een ontnuchtering, je kan niet meer terug, maar eens je erin zit is het, vergezeld van een dosis goede wil, best aangenaam. Ik kon deze vergelijking overigens redelijk letter opvatten. Waar ik de twee voorgaande weken nog kon genieten van een zachte mistral in de Provence, werd ik hier prompt ondergedompeld in de trouwe grauwe Belgische regen. Een snelle deductie leerde mij overigens dat nagenoeg al mijn vertrouwelingen van vorig jaar me dit jaar niet meer gingen vergezellen in mijn tocht naar meer journalistieke wijsheid. IT of Erasmus waren hiervan de voornaamste oorzaken.
Alle derdejaars konden rekenen op een spontaan welkomswoordje van mijnheer Frank Baeyens, ons departementshoofd. In zijn rede probeerde hij ons op een open manier te motiveren in ons laatste academiejaar de spreekwoordelijke lap erop te geven. Hij hekelde anderzijds ook de leerlingen die volgens hem door slechts “de binnenbocht” te nemen, en dus maar het uiterste minimum aan werk te leveren, het parcours doorlopen. Naar mijn weten is dat nog steeds de meest efficiënte manier van werken. Als wielrenner Samuel Sanchez in zijn afdaling van de Alto de Monachil tijdens de vijftiende etappe in de Ronde van Spanje telkens de buitenbocht had genomen, zou hij nooit of te nimmer Damiano Cunego hebben kunnen inhalen om vervolgens de etappe te winnen. Natuurlijk, mijn geweten is niet een en al slechte wil. Ik weet dus ook wel dat de opleiding geen snelheidsrace is. Om in de vergelijking met de ondergewaardeerde wielersport te blijven zou je kunnen stellen dat het de bedoeling is zoveel mogelijk van de omgeving op te pikken en te genieten. Ik kan mijnheer Baeyens echter enigzinds geruststellen en toegeven dat zijn rede mij er toch in zekere mate toe heeft aangezet nieuwe moed op te roepen om het academiejaar met verse inzet te beginnen.
Nadat we verdere inlichtingen kregen over het verloop van het jaar, was het weer tijd voor een staaltje zoek- en speurwerk. Vlijt en orde draag ik, vanzelfsprekend, hoog in het vaandel. Met het lijstje “dingen-in-orde-te-maken” wou ik dan ook meteen korte metten maken. Opdracht 1: toestand stage laten weten. Ik heb me door mijn dichtste omstaanders laten inspireren en ga tijdens het tweede semester naar Zweden. Geen stage voor mij. Opdracht 2: boeken kopen. Steevast het jaarlijkse, en dus enige, bezoek aan de sportzaal van onze school. Een gevoel van medelijden overviel me toen ik een verse lading eerstejaars de kilo’s wijsheid naar buiten zag zeulen. Bij het vluchtig scannen van de titels die ze vasthielden, kwamen de angstaanvallen en zweetbuien van weleer spontaan terug. Gelukkig had ik de luxe weg te kijken en er voor de rest niets meer mee te maken. Twee handboeken was voldoende, een eenzame cursus zou later nog volgen. Toch hadden onze vrienden van de Standaard Boekenhandel mij weer een oude tweeduizend Belgische frank afhandig gemaakt. Goed vijf jaar geleden was dat met een paars briefje waarop Victor Horta trots prijkte snel afgehandeld. De gedachte van onmacht, ik móét die boeken immers kopen, doet me denken aan mijn alles-relativerende buurvrouw die me op zo’n moment zou sussen met de woorden: Dan wette waarom da ge wààrkt hé, Bart. Opdracht 3: Erasmusbeurs in orde maken. Ik had een e-mail aangekregen met de vraag nog wat papieren binnen te brengen. De deadline was echter al verstreken vòòr ik het bericht las. De laatste keer dat me dit overkwam, had secretariaatsmedewerkster Linda Bergmans me verkocht op een “astenblief é seg!” waarvan ik altijd dacht dat enkel Jo De Meyere, of toch John Nauwelaerts, die zo berispend kon afvuren. De vrees was ongegrond, ik moest op een ander secretariaat zijn. Ik kon rekenen op veel begrip en de zekerheid dat alles voor mijn Erasmusproject wel in orde ging komen.
Omstreeks vier uur was er ter afsluiting van de dag een optreden van ManManMan. Dit cabaretgezelschap kon me érg matig boeien. Na een wanhopige maar vooral tevergeefse poging het publiek grappig te verwelkomen, kon het duo de toeschouwers nooit meer echt vermaken. Anderzijds deed het genre me wel met véél plezier terugdenken aan de voorstelling De Zoologie van het Martha!Tentatief die ik eerder deze zomer zag. Zo ging ik alsnog met een glimlach en een dosis nieuwe verwachtingen maar nog steeds met de vertrouwde buslijn naar huis.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten